![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Veelgestelde vragen (FAQ)
Voor de meeste taarten wordt biscuit ofwel kapsel gebruikt. Dit is een zachte en luchtige basis met een fijne smaak en structuur. Er zit geen vet in het biscuit / kapsel verwerkt. De smaak geef je dan ook voornamelijk aan de taart door de vulling en de bekleding van de taart. Je kunt ook cake gebruiken, maar dan wordt de taart wel machtig. Voor een 3D taart kan cake beter zijn, omdat dit een stevigere basis is; biscuit / kapsel kan te weinig ondersteuning bieden.
Een schema van veel voorkomende bakvormen en de benodigde ingrediënten voor een biscuit / kapsel is hieronder vermeld. Het schema gaat uit van de bakmixen van Jamin.
Bij een afwijkende vorm kun je de inhoud bepalen door water in de vorm te doen. Per halve liter water; 1 ei, 30 gram suiker, 25 gram bloem, 5 gram maïzena en een snufje zout.
De eieren mogen niet te koud zijn, dus leg deze een nachtje uit de koelkast. Verder dien je de mixtijden die op de verpakking staan goed aan te houden. Mix daarnaast niet te kort en zorg ervoor dat het beslag bijna wit is, zodat je er ook pieken in kunt maken.
Het beslag moet goed worden gemixt. Voel aan de bovenkant van de taart of hij veerkracht heeft. Voel je nog lucht of blijft de taart ingedeukt; laat de taart dan nog een paar minuten langer bakken en controleer steeds weer net zolang tot hij wel gaar is. Controleer pas na driekwart van de baktijd voor het eerst; als je dit eerder doet kan de taart inzakken. Door een satéprikker in het biscuit / kapsel te prikken kun je ook de gaarheid meten. Als de prikker droog uit de taart komt, is de taart gaar.
Voel aan de bovenkant van de taart of hij veerkracht heeft. Voel je nog lucht of blijft de taart ingedeukt; laat de taart dan nog een paar minuten langer bakken en controleer steeds weer net zolang tot hij wel gaar is. Controleer pas na driekwart van de baktijd voor het eerst; als je dit eerder doet kan de taart inzakken. Door een satéprikker in het biscuit / kapsel te prikken kun je ook de gaarheid meten. Als de prikker droog uit de taart komt, is de taart gaar.
Voor een mooie taart moet deze netjes uit de vorm komen. Om er voor te zorgen dat je kapsel heel uit de vorm komt, moet je de vorm invetten of bekleden met bakpapier. Je kunt voor het invetten speciale sprays kopen, maar ook met een klontje boter of margarine (of vloeibare boter) gaat dat prima. Eventueel de boter / margarine met bloem bestrooien.
Voor het bekleden met bakpapier is het handig om ook de vorm eerst in te vetten, dan blijft het bakpapier goed zitten. De taart kort laten afkoelen in de vorm, om breken te voorkomen. Als de bovenkant van het biscuit / kapsel een beetje bol staat, leg je deze ondersteboven op een rooster om af te koelen. Je zult zien dat de onderzijde dan wat platter wordt. De bodem van het biscuit / kapsel is uiteindelijk de bovenkant van je taart. Als deze goed uit de vorm is gekomen is die netjes en strak.
Eieren maat M zijn ca. 50 gram. Rond altijd de hoeveelheid naar boven af. Voor 120 gram ei, kies je dus voor 3 eieren in plaats van 2.
Op alle verpakkingen staat de ingrediëntendeclaratie vermeld. Hieruit kun je opmaken of er allergenen in de producten aanwezig zijn. Mocht je alsnog vragen hebben, kun je altijd contact opnemen met onze klantenservice 0162 - 474 111.
Voor een Barbietaart zijn verschillende vormen te koop. Daarnaast kun je een mengkom of een andere vorm te gebruiken. Met botercrème wordt het gerede biscuit / kapsel of cake in de vorm gedaan, dus je hoeft in de vorm zelf niet te bakken.
De cupcakes komen meestal met een bolling uit de oven. Leg kort een zware plaat (bakplaat, snijplank oid) op de cupcakes als ze uit de oven komen. Laat de cupcakes in het bakblik zitten, zodat ze niet teveel inzakken. Laat de plaat niet te lang liggen, zodat ze niet aan de zware plaat plakken. Je kunt uiteraard ook altijd de bovenzijde van de cupcake eraf snijden.
Een biscuit- / kapseltaart wordt meestal gevuld met twee lagen. Als de taart laag is, kan worden volstaan met één laag. Je kunt zelf bepalen wat de vulling van de taart wordt, maar botercrème en jam zijn veel gebruikte vullingen. Omdat twee lagen botercrème nogal machtig is, kan worden gekozen voor één laag botercrème en één laag jam. Naar gelang je smaak kun je ook bavaroise, banketbakkersroom, slagroom, chocopasta of kwark, clotted cream, chipolata (kan ook kant & klaar), monchou, honing of curd. Je kunt eigenlijk naar eigen smaak de vulling toepassen. Let er alleen op dat de vulling niet te nat is. Bij nattere vullingen, zoals jam dien je niet helemaal tot aan de rand te vullen; als de marsepein of rolfondant hier tegenaan komt kan deze door het vocht zacht worden en dat zie je aan de buitenkant.
Dit hangt af van je smaak en de grootte van de taart. Let wel op; een te dikke laag jam of andere vochtige vulling kan zorgen voor een slap biscuit / kapsel. Bij nattere vullingen, zoals jam dien je niet helemaal tot aan de rand te vullen; als de marsepein of rolfondant hier tegenaan komt kan deze door het vocht zacht worden en dat zie je aan de buitenkant.
Dit kan met een groot mes, maar ook met een draad of een taartzaag.
Om ervoor te zorgen dat je recht snijdt, kun je eerst rondom inkepingen maken op de gewenste hoogte en dan kun je rondom steeds verder snijden. Gebruik je een draad, dan leg je die rond je kapsel in de inkepingen en trek je de draad erdoor. Een taartzaag is een soort figuurzaag, die je als het ware door je taart heen trekt. Van te voren stel je de gewenste snijhoogte in. Let hierbij wel op dat de pootjes van de taartzaag op de ondergrond blijven. Met een beetje druk en een zagende beweging snij je de taart met een taartzaag gemakkelijk door.
Bij nattere vullingen, zoals jam dien je niet helemaal tot aan de rand te vullen; als de marsepein of rolfondant hier tegenaan komt kan deze door het vocht zacht worden en dat zie je aan de buitenkant.
Je kunt ook eerst een rand botercrème aanbrengen en de rest dan met een andere vulling besmeren. Het beste kan de vulling met een mes of spatel op het biscuit / kapsel worden gesmeerd.
Alle spuitzakken zijn geschikt. Handig zijn wegwerpspuitzakken, of evt. de stevige plastic Jamin snoepzakken. Je kunt ook zelf een spuitzak vouwen van bakpapier. Met de spuitzak kun je eventueel de vulling op het biscuit / kapsel aanbrengen, maar ook om mooie toeven op cupcakes of versieringen op taarten aan te brengen kun je prima een spuitzak gebruiken.
Probeer de lagen precies zo terug te leggen als je ze gesneden hebt. Zo blijft de taart het beste in vorm. Smeer voor je het kapsel gaat snijden, een beetje botercrème op de rand. Als je de lagen van vulling hebt voorzien kun je ze weer precies op elkaar leggen waar de botercrème zit. Wanneer je geen botercrème gebruikt kun je ook een rijtje cocktailprikker in het kapsel / biscuit prikken (in elke laag die je wilt maken een prikker en de prikkers boven elkaar op dezelfde plaats prikken). Na het snijden van het biscuit / kapsel (tussen de prikkers door), zorg je dat de prikker weer in dezelfde lijn boven elkaar worden geplaatst.
Waarmee bekleed je een taart? [naar boven]
Meestal wordt er gebruik gemaakt van rolfondant, marsepein, marsefond (een combinatie van rolfondant en marsepein) of marshmallowfondant (mmf). Rolfondant is een soort suikerpasta, marsepein wordt gemaakt van gemalen amandelen met poedersuiker. Marsepein, rolfondant, mmf en marsefond worden uitgerold en dan over de taart gelegd. Je kunt ook glazuur of botercrème gebruiken.
Het gebruik is voornamelijk afhankelijk van smaak. In marsepein zitten amandelen en niet iedereen houdt daarvan. Marsepein is van nature lichtgeel door de kleur van de amandelen. Hierdoor is marsepein minder fel van kleur te maken. Daarom wordt regelmatig gebruik gemaakt van rolfondant voor bijvoorbeeld babyroze of oranje taarten. Omdat amandel een duur ingrediënt is, is marsepein duurder.
Om ervoor te zorgen dat je taart mooi strak wordt, moet je kapsel al zo glad mogelijk zijn. Dit doe je door een dun laagje botercrème op je kapsel te smeren en alle oneffenheden weg te werken met botercrème. De botercrème zorgt er ook voor dat je bekleding netjes blijft zitten.
Wil je geen botercrème gebruiken kun je ook jam, chocopasta, lemoncurd, ganache of royal icing gebruiken om de bekleding op zijn plaats te houden. Als je jam gebruikt is abrikozenjam het meest geschikt in verband met de lichte kleur. Verwarm de jam en zeef het daarna. Royal icing wordt heel hard, wil je dat niet doe er dan een theelepeltje glycerine doorheen.
Slagroom en banketbakkersroom zijn niet geschikt, daar zit te veel vocht in waardoor je fondant of marsepein gaat smelten.
Zorg dat de botercrème smeuïg is wanneer je gaat beginnen. Smeer een laagje over de hele taart en zet hem dan een half uurtje in de koelkast. Daarna met een warm mes (even onder de kraan houden en dan afdrogen) mooi glad maken.
Om goed te kunnen rollen, zonder dat de marsepein of rolfondant aan de ondergrond plakt, strooi je poedersuiker op het werkvlak. Gebruik hiervoor geen bloem. Zorg dat de ondergrond vlak en glad is. Het beste kun je gebruik maken van een plastic roller, aangezien die het beste glad rolt en niet of nauwelijks plakt. Rol steeds een stukje uit en draai dan de plak een kwartslag. Wanneer de plak dreigt te plakken aan de ondergrond, strooi dan weer wat poedersuiker op je werkvlak. De plak moet dusdanig groot zijn dat deze zowel de bovenzijde als de zijkanten van de taart kan bedekken. Dit kun je meten met een touwtje of met de roller. Plaats de roller of het touwtje tegen de zijkant van de taart. Houdt het touwtje of de roller vast bij de bovenzijde van de taart. Vanaf dat punt leg je het touwtje of de roller tegen de bovenzijde van de taart. Houdt de roller of het touwtje weer vast bij de andere rand van de taart. Meet dan nog eens de zijkant op en voeg die afstand toe aan de zojuist gemeten zijkant plus bovenkant. De plak moet zo groot zijn als de bovenzijde en twee keer de zijkanten bij elkaar. De lap dient circa 2 mm dik te zijn. Voor de plastieken roller kun je hiervoor ook bandjes kopen die je aan beide zijden van de roller doet. Zodra deze je werkvlak raken is de plak op de juiste dikte. Een grote plak kun je het beste optillen door deze over je roller of je onderarm te draperen.
Dit hangt af van de grootte van je biscuit / kapsel. Zie hiervoor het kopje “Hoeveel beslag heb ik nodig”. Deze hoeveelheden gelden voor zowel marsepein als rolfondant.
Door botercrème op de bovenzijde en de zijkanten van je taart te smeren, kun je alle oneffenheden wegwerken. Hierdoor kun je de taart glad bekleden en blijft de rolfondant of marsepein tegen de taart aan plakken.
Als je geen botercrème wilt gebruiken is een gelei, chocoladepasta, curd of icing ook een geschikt middel om de bekleding te laten kleven. Pas op met te vochtige producten, aangezien daardoor je marsepein of rolfondant gaat smelten. Drapeer de plak marsepein of rolfondant over de taart heen. Begin altijd met het plaatsen van de plak tegen een zijkant en plaats de plak dan over de rest van de taart. Eventuele luchtbellen kun je er nu nog goed uitstrijken. Door stukje voor stukje de lap op te tillen en netjes tegen de zijkant te drukken kun je de lap vouwloos om de taart plakken. Als er nog een vouw zichtbaar is, gewoon weer een stukje optillen en terug plakken. Zo krijg je uiteindelijk een strakke taart. Hierna kun je met een smoother of met een deegschraper de rolfondant of marsepein glad strijken. Druk de onderzijde van de rand goed aan. Snijd met een pizzasnijder of met een mesje langs de onderrand om de teveel aanwezige marsepein en rolfondant weg te snijden. Deze marsepein of rolfondant is gewoon weer te gebruiken. Let wel op dat er geen botercrème of andere producten op zit; dit zijn kort houdbare producten, waardoor ook de marsepein of rolfondant nog maar kort houdbaa In zijn algemeenheid kennen we twee soorten uitstekers: uitstekers met en zonder uitdruksysteem. De uitstekers zonder uitdruksysteem zijn in metaal en plastic te krijgen en duw je in de uitgerolde lap marsepein of rolfondant. Door de uitsteker even heen en weer te bewegen op de harde ondergrond, voorkom je dat er lelijke randjes aan de rolfondant of marsepein blijven zitten. De rolfondant of marsepein kun je door middel van een theelepeltje of je vingers uit de uitsteker duwen. De uitstekers met uitdruksysteem bestaan uit twee delen; de uitsteekvorm en een systeem waarmee je de rolfondant en marsepein uit de vorm kunt drukken. Hierop is ook nog vaak een decoratiepatroon aanwezig. Met zoals de gewone uitsteker duw je deze uitsteker in de uitgerolde lap marsepein of rolfondant en beweeg je de uitsteker heen en weer. Als er een patroon op het uitdrukmechanisme staat, druk je het mechanisme op de marsepein of rolfondant, terwijl de plak nog steeds op de ondergrond ligt. Hierdoor druk je het patroon er in. Til hierna de uitsteker op en druk door het uitsteekmechanisme het figuur uit de uitsteker. Er zijn gekleurde stukken marsepein en rolfondant te koop, maar je kunt ook zelf kleuren. Zwart en rood zijn lastige kleuren, maar het kan wel. Er zijn diverse kleurstoffen verkrijgbaar, maar de potjes Wilton icing Color worden het meest gebruikt. Door met een cocktailprikker een klein beetje uit het potje te halen en de prikker in de marsepein of rolfondant te stoppen, breng je de kleurstof op / in het product aan. Vouw de rolfondant of marsepein steeds om de kleurstof heen, waardoor er geen kleurstof aan de buitenzijde van de rolfondant marsepein komt. Kneed steeds weer de kleur naar binnen. Als de kleur in de marsepein of rolfondant zit kun je verder gaan met gewoon kneden. Kneed net zo lang totdat de kleur helemaal door het product heen zit. Teveel kleurstof kun je er niet meer uithalen; start daarom altijd eerst met een kleine hoeveelheid kleurstof. Na verloop van tijd wordt de kleur ook nog iets intenser, waardoor het handig kan zijn de kleuring een dag van te voren al te doen. Het kneden kan gewoon zonder handschoenen. Wanneer je de kleurstof telkens in het product kneed, komt deze niet op de handen. Mocht dat toch zijn gebeurd is dit afwasbaar onder een lauwwarme kraan. Met koud water sluiten de poriën en wordt de kleurstof in de huid opgenomen.
Witte chocolade kun je kleuren met de kleurstoffen van Wilton. Hiervoor gebruik je de witte smeltchocolade van Jamin en de kleurstoffen van Wilton.
Rood en zwart zijn moeilijke kleuren, veel mensen gebruiken hier kant en klaar gekleurde marsepein of rolfondant voor. Je kunt hiervoor kleurstoffen gebruiken. Maak de rolfondant of marsepein dan een dag van te voren. De kleuren worden na verloop van tijd nog wat intensiever, waardoor je na een dag goed kunt zien of de kleuring bij deze intense kleuren is gelukt.
Het is mogelijk om marsepein wit te kleuren, hiervoor gebruik je de Wilton White White Icing Color.
Je hebt vergeleken met andere kleuren veel kleurstof nodig om marsepein wit te krijgen. Hierdoor kan de marsepein wat plakkerig worden. Eventueel kun je poedersuiker toevoegen om de marsepein weer wat te verstevigen. Er is ook voorgekleurde witte marsepein verkrijgbaar.
Dat kan op verschillende manieren. Het gemakkelijkst is het gebruiken van letter- of cijferuitstekers. Maar ze kunnen ook worden gespoten met royal icing of uitgesneden. Ook kan je letters en cijfers vormen met rolletjes marsepein of fondant, of met eetbare stift op de taart schrijven. Wanneer je een letter of cijfer rechtop wilt plaatsen, kun je het beste marsepein of rolfondant met tylose mengen. Maak een dag van te voren de letters en cijfers en laat deze plat drogen. Door de tylose wordt de rolfondant of marsepein hard. Je kunt ze een dag later rechtop op de taart of cupcakes plaatsen.
Op taarten bedekt met ganache of botercrème kun je de decoraties gewoon opleggen. Bij taarten van fondant of marsepein kun je de achterkant nat maken met een penseeltje met water. Je kunt ook eetbare lijm gebruiken. Poedersuiker vermengt met wat water is ook een prima plakmiddel. Gesmolten chocolade of pasta kun je ook gebruiken. Laat bij een cakepop, bekleed met chocolade, de chocolade niet helemaal hard worden, waardoor je de decoraties zo in de chocolade kunt vastplakken. Maak die dus eerst voordat je de cakepops in de chocolade doopt.
Een mooie taart heeft ook een mooi afgewerkte rand. Onderstaand diverse suggesties om de rand mooi te maken.
Strakke rand
Werken met randuitstekers (frill cutters)
Dit kan prima. Bewaar gemaakte decoraties van marsepein of rolfondant (zowel boetseersels als uitgestoken decoraties) afgedekt onder (huishoud)folie. Zo kun je zonder problemen enkele weken vooruit werken.
Voor goud of zilver heb je goud- of zilverdust nodig. Dust is een ander woord voor poeder. Voor optimaal resultaat wordt aanbevolen om als basis gele (voor goud) of grijze (voor zilver) marsepein of fondant te gebruiken en daarna het poeder op te brengen met een zacht kwastje. Dust kan ook als verf gebruikt worden, meng dan wat poeder met een drupje alcohol, bijv. Rejuvenator Spirit of kleur- en reukloze drank met een hoog alcoholpercentage zoals Wodka/Jenever. Gebruik geen alcohol van de drogist, aangezien die niet geschikt is voor consumptie. Goud of zilver krijg je bijna niet door de poeder erdoor heen te kneden, aangezien de glans dan uit blijft.
Eetbare verf is soms erg handig om kleine details op je taart te schilderen. Hiervoor kun je gewone kleurstoffen gebruiken, aangelengd met een drupje alcohol, zoals bijvoorbeeld Rejuvenator Spirit, alcochol geschikt voor voedsel of Wodka/Jenever, een kleur- en reukloze alcohol. Gebruik geen alcohol van de drogist, aangezien die niet geschikt is voor consumptie.
Daarnaast zijn dusts fijn in gebruik, hier voeg je ook een klein beetje alcohol aan toe. Water is minder geschikt omdat dit er langer over doet om te verdampen. Hierdoor kan de fondant of marsepein iets smelten en ontstaan er eerder strepen. Er zijn ook vloeibare kleurstoffen te koop, hier hoef je verder niets aan toe te voegen om er mee te kunnen schilderen.
Een toef maak je door met een spuitmondje op de cupcake te spuiten. Deze spuitmondjes zijn in diverse soorten te verkrijgen en passen op zowel de afwasbare spuitzakken als de eenmalige zakken. Je dient hiervoor een coupler ring te kopen. Er zijn diverse soorten toeven / swirls. De ene persoon houdt meer van een zoetige suikerachtige toef en de andere meer van een botercrème achtige toef. Je kunt dus diverse producten gebruiken: botercrème, mascarpone of MonChou met suiker en een smaakje, slagroom met klopfix of opgeklopte ganache. Er zijn diverse smaakstoffen verkrijgbaar, waardoor je het basisproduct van een smaak kunt voorzien.
Fondant of marsepein kun je met tylose of tragantgom verstevigen om te voorkomen dat het inzakt of vervormt. Maak de vorm een dag van te voren en, indien mogelijk, laat de vorm nog even op zijn kant liggen.
Wanneer je twee taarten op elkaar wilt stapelen, voorkom je met deuvels dat de bovenste taart in de andere zakt. Het meest voedselveilig zijn deuvels die je kunt eten, bijv. chocoladesticks. Druk de chocoladestick rechtop in de taart. Kerf met een mes een streepje om de juiste maat aan te geven en haal dan de chocoladestick er weer uit.
Maak nu alle sticks even lang.
Druk de sticks nu allemaal, regelmatig verdeeld over het oppervlak van de kleine taart, in de grote, onderste taart.
Nu kan de kleine taart op de grote staan, zonder dat die inzakt onder het gewicht.
Voor een luchtig kapsel is het belangrijk dat het beslag gedurende langere tijd wordt gemixt (ca. 10 minuten). Dat is te doen met een handmixer, maar een mixer met een standaard is een aanrader. Een staafmixer is niet of nauwelijks geschikt.
In principe is alles wat in de oven mag geschikt om een taart in te bakken. Of de vorm of schaal nu van glas, aardewerk, metaal of siliconen gemaakt is. Het hangt vooral af van de vorm die je taart moet krijgen. Wil je een vorm maken, maar heb je geen bijpassend bakblik? Snijd de vorm dan uit een rond of rechthoekig kapsel. Met botercrème kun je stukken kapsel aan elkaar “metselen” .
Heb je een vorm die niet hoog genoeg is: Bekleed je vorm met bakpapier dat hoger komt dan de vorm en vul tot net onder de rand van je oorspronkelijke vorm (Het bakpapier niet hoger dan 5 cm boven de originele vorm uit laten komen). Je kunt ook twee kapsels maken en die door middel van vulling aan elkaar maken. Om de taart dan wel netjes recht te krijgen is het aan te raden van beide kapsels een klein stukje af te snijden.
Voor het bakken:
In de eerste plaats een bakvorm, een mixer en een oven voor het bakken. Natuurlijk kun je kant-en-klare cake of cupcakes (muffins) gebruiken. Voor het vullen: Eventueel een spuitzak, die kan je ook eventueel zelf maken van bakpapier of je kunt een snoepzak gebruiken. Een spatel of groot mes zonder kartels is ook handig. Voor bekleden en decoreren: Voor het bekleden heb je in elk geval een (deeg)roller en een schilmesje of pizzasnijder nodig. Voor het decoreren zijn er heel veel gereedschappen, mallen en modelleergereedschap, maar beginners komen een heel eind met een mesje en wat cocktailprikkers. Uitstekers komen wel goed van pas, omdat je daar heel eenvoudig mooie vormen mee kunt maken. De volgende dingen worden vaak genoemd die je kunt gebruiken als beginner: taartzaag om je taart mooi door te snijden tafelzeiltje om op uit te rollen smoother om de marsepein of rolfondant glad op de taart te krijgen
Dit kan prima. Een biscuit wordt zelfs vaak lekkerder als deze eenmaal ingevroren is geweest. Je pakt een (kale) biscuit / kapsel na afkoelen in huishoudfolie en dan kan deze zo in de vriezer. Altijd ook handig voor een onverwacht feestje!
Dit hangt mede af van de kwaliteit van je vriezer: hoe snel vriest deze in, hoe diep vriest deze en ook: hoe vaak gaat de deur open en dicht. Een taart die te lang ingevroren is geweest, kan droog zijn na het ontdooien. Afhankelijk van de vriezer is maximaal 2 maanden aan te raden. Raadpleeg hiervoor ook de gebruiksaanwijzing van je vriezer.
Dit kan bijna altijd, hangt wel een beetje af van de vulling maar de meeste standaard vullingen kunnen prima ingevroren worden. Plaats de taart in een taartdoos of in een plastic zak in de vriezer.
Haal de taart 24 uur van te voren uit de vriezer en plaats deze in de koelkast, in de verpakking zoals hij in de vriezer stond. De laatste paar uur voor consumptie laat je de taart buiten de koelkast opdrogen. De marsepein of rolfondant worden namelijk wat nat door condens. Als je hier niet aankomt en de taart gewoon met rust laat die 24 uur, is er meestal niets aan de hand en droogt de taart gewoon op.
Als je twee (of meer) taarten op elkaar stapelt, is het belangrijk om deuvels te gebruiken; dit zijn stokjes die je in de onderste taart steekt, waar de volgende op rust. De volgende taart moet dus wel op een taartkartonnetje staan. Je kunt "echte" taartdeuvels gebruiken (dowel rod van hout of van plastic), maar je kunt ook eetbare stokjes zoals chocosticks of Kitkats gebruiken. Andere alternatieven zijn maïsprikkers of rietjes.
Zorg er in ieder geval wel voor dat datgene dat je gebruikt om te stapelen geschikt is voor contact met voedsel.
Marsepein en rolfondant zijn erg lang houdbaar. Wikkel het in folie of doe het in een plastic zakje en bewaar het zo verpakt in een afgesloten bakje of emmer. Zorg er voor dat je schoon werkt en dat er geen resten biscuit, botercrème o.i.d. in je marsepein of fondant zitten en je kunt het nog bijna net zolang als de THT-datum bewaren. Schrijf de THT datum van het folie over op een stickertje en plak deze op het folie of het plastic zakje. Bewaren doe je gewoon buiten de koelkast.
Fondant waar tylose doorheen gekneed is, bewaar je goed luchtdicht verpakt in een zakje/vershoudfolie en in een afsluitbaar bakje buiten de koelkast.
Uiteindelijk droogt het wel langzaam verder uit en wordt het hard. Als je fondant toch te hard is geworden kun je nog proberen om het goed door te kneden met een beetje crisco. Ook kun je de harde randen eraf snijden en de kern van het stuk fondant gebruiken. Mocht dit niet baten, dan kun je het beter weggooien.
Cupcakes gevuld of ongevuld en eventueel gedecoreerd kunnen zonder problemen ingevroren worden. Zorg dat er niet te veel vocht bij kan komen en ze niet uitdrogen door ze in een plastic zak te verpakken. De cupcakes zijn met een half uurtje ontdooid.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||






